Het eenvoudig tederliefdeslied is ons gisteren ontvallen.
Die uiting van genegenheid werd door Florijnse cannibalen uit zijn strot geperst.
Tot zestig gouden platen met een strijkkwartet.
Op zijn laatste ademtocht haalde hij, lijkt bleek nog, het refrein.
Hij werd daarna zo schandelijk betaald en veel verkocht geëxploiteerd.
Dat het zijn zingen heeft bezeerd, waarna de stem is overleden, uitgegleden.
Op het pad van geld en roem staat er met zes vergulde nullen achter de comma op de zee.
Het koor probeerde in de kerk het lied nog te herhalen.
Maar bij de tweede regel al.
Het koor probeerde in de kerk het lied nog te herhalen.
En verzoopt het lied in tranen.
Zijn been kan het water gaan voorbij.
Maar niet later en niet vaker.
Nee, hij.
Maar, ja, passere st GT7.
En *** is veel meer dan wat er met de schoenen uiteen ligt.
De er nog geen.