Ooit toen de aarde plat was,
zo plat als een pannenkoek
Wart er ergens een driehoek,
waarvan alles in verdween,
dan gingen wij eens naar opzoek
Was het klinkbare onzin,
of misschien wel echt,
we kwamen in een stormterrecht
De hemel kleurde groen,
gerood,
we tolden rond met onze boot,
toen werd er luid gezegd
Hey ho ho ho papa,
wij zijn kwijt,
kom ons maar achterna,
na na na,
na na na na
We zakken door,
even geen bla bla bla,
dus druur maar niet,
en *** van la la la,
la la la la la la
Toen de mist was opgetrokken,
en de storm was voorbij
Zagen wij tot ons verba***,
heel de grote feestpartijen,
Polonaise,
Liep-Langzijd
Het waarten dagen lange feest,
gemoester,
echt zijn wij geweest,
koppas draaide als madur
In de zwaaie zwieren springen,
iedereen van links naar rechts,
zo ging dat deur te beuren,
dag of zes
En we zongen,
hey ho ho ho papa,
wij zijn kwijt,
kom ons maar achterna,
na na na,
na na na na
We zakken door,
even geen bla bla bla,
dus druur maar niet,
en *** van la la la,
la la la la la la
Na een hoop meewilde nachten,
verdronken in het feestje druis,
moesten wij maar weer eens gaan,
maar wie weet dan de weg naar huis,
waar kwamen wij nou toch vandaan
En dan de woensdag worden wakker,
dampen van het ruime sob,
op de radio niks als huis
Was het maar een mooie droom,
en komt de dag dan weer op stoom,
ach was ik maar weer kwijt
En ge*** zacht,
hey ho ho papa,
wij zijn kwijt,
kom ons maar achterna,
na na na,
na na na na
We zakken door,
even geen bla bla bla,
dus druur maar niet,
en *** van la la la,
la la la la la la
Hey ho ho papa,
wij zijn kwijt,
kom ons maar achterna,
na na na,
na na na na
We zakken door,
even geen bla bla bla,
dus druur maar niet,
en *** van la la la,
la la la la la la
Zacht zinken,
zacht zinken,
ik ben diep gezonken,
ik heb de bodem aangerakt,
wij zijn kwijt,
aah kom ik nou