Veel te vroeg springt de wekker aan,
het heeft geen zin nu al op te staan.
En ik kijk opzij,
niet te geloven.
Ik zie je naakt met je ogen dicht,
zo volmaakt in het ochtendlicht.
En ik
ben wee.
Ondersteld boven van het feit dat ik *** niet droom,
zoiets wordt je nooit gewoon.
Wat een leven,
met jou aan mijn zijn, het is heerlijk.
En als je er aan kijkt,
weet ik dat jij zonder moord
zegt dat ik bij je hoor.
Jij daar, jij daar, maakt mijn dromen waar.
Elke man die van vrouwen houdt,
staart je na,
wordt verblind door jouw magie.
Ik zie ze fantaseren.
En als je mij passioneel omhelst,
dan zijn ze weg en ik word verwenst.
En dan,
jouw man.
Laat ze maar leren dat ze beter ergens anders zijn.
Jij bent er alleen voor mij.
Wat een leven,
met jou aan mijn zijn, het is heerlijk.
Nu je me aankijkt,
weet ik dat jij zonder moord me laat geloven in de waarheid.
Jij zonder moord me laat verstaan,
*** is voor altijd.
Jij daar,
jij daar,
maakt mijn dromen waar.
Jij daar.
Het is een leven en jij bent de vrouw,
niet te geloven,
ondersteboven.
Het is een leven,
jij bent de vrouw,
niet te geloven,
ondersteboven.
Wat
een leven!