Ik ben vrij als een vogel,
snel als de wind.
In mijn dromen vlieg ik hoger dan de hoogste berg.
Dat is waar mijn reis begint.
Ik heb steeds geweten van de sterren en de maan.
De melkweg, de planeten,
dat ik daar niet op kan staan.
Maar in mijn dromen vlieg ik en zweef ik hemelhoog.
Tot ver boven de wolken,
tot aan de regenboog.
Ik ben vrij als een vogel,
snel als de wind.
Ik kan dansen op de wolken.
En als de storm begint,
val ik mee met de regen.
Ik duim om in het rond,
met de bladeren van de bomen.
Raak ik plotseling met mijn voeten weer de grond.
Ga met mij mee naar een land,
hier ver vandaan.
Kom pak mijn hand, want we gaan.
Ik ben vrij als een vogel,
snel als de wind.
Ik kan dansen op de wolken.
En als de storm begint,
val ik mee met de regen.
Ik duim om in het rond,
met de bladeren van de bomen.
Raak ik plotseling met mijn voeten weer de grond.
Ik raak plotseling met mijn voeten weer de grond.