Zeg meneer Korstein,
neem me niet kwalijk dat ik even onderbreek,
maar zou u mij misschien even op m'n rug willen krabbelen?
Zeg door, ze hebben daar niks beters voor.
Nee,
nee,
nee,
nee,
je moet je even goed luisteren,
het is niet wat u denkt,
maar kijk even in m'n kraag.
Hier, moet je opletten.
Er wonen twee matten...
in m'n albejas.
En die twee matten...
die wonen er pas.
Je raakt gewoon weg van je stuk als je het ziet,
dat pril geluk,
hij vreet m'n hele jas kapot,
alleen voor haar die dood van een mat.
Ik noem haar Charlotte...
en hem noem ik Bas.
Die dood van een mat...
in m'n albejas.
Ik voelde me eerst een beetje belacht,
ik dacht eens net of er wat aan me knacht,
maar toen kreeg ik die gaten...
in de gaten.
Ik dacht nog even, hoe heb ik het nou?
Maar toen begreep ik het al gauw.
Ik zag twee matten in die gaten zitten praten.
Ik greep meteen naar de DDT,
maar daar verwoest je zo'n huwelijk mee en besloot meteen,
ik zal dat echt paardama laten.
Er wonen twee matten...
in m'n albejas.
En die twee matten...
die wonen er pas.
Je
raakt gewoon weg van je stuk als je het ziet,
dat pril geluk,
hij vreet m'n hele jas kapot,
alleen voor haar die dood van een mat.
Ik noem haar Charlotte...
en hem noem ik Bas. Die dood van een mat...
in m'n albejas.
Ik
ben een geboren eenzaam mens,
maar het was m'n eigen wijze wens.
Een echt verbond heb ik steeds kunnen verhinderen.
En al zeggen m'n relaties tegen mij...
ah joh,
breng toch die jas naar de stomerij,
want dat vat,
dat begint al knapjes te verminderen.
Maar jij zo vaag gebond als ik,
die kompasreuze,
in z'n schik met z'n albejas,
twee matten en tien matten kinderen.
Een familie matten...
woont er in m'n albejas.
Ik laat ze refotten...
aan z'n kleuterklas.
Nou zitten ze boven in m'n kraag en eten zich een volle ma.
Ze vreten m'n hele jas kapot,
omdat een mat toch leven moet,
die lieve Charlotte.
Een matje van Bas... met een doodje van een matje...
woont er in m'n jas.