Aan Doeverwam,
de IJssel,
staat een veerhuis.
Daar woont een meisje, Gretje is haar naam.
U zult haar daar helaas niet meer ontmoeten,
Want Amor heeft ook hier zijn werk gedaan.
U zult haar daar helaas niet meer ontmoeten,
Want Amor heeft ook hier zijn best gedaan.
Over 25 jaar zal ik jou nog steeds beminnen,
Ook al hebben wij grijs haar,
want we blijven jong van binnen.
Over 25 jaar komen wij met onze kinderen Voor
een feest bij elkaar als het zilveren paar.
Over 25 jaar,
kleine Gretje uit de polder,
Kind van het lage land,
Blonde van haar en blauw van ogen,
Geef me toch je hand.
Kleine Gretje uit de polder,
zeg me nu eens schouw,
Als het koren rijp is, word je dan mijn vrouw.
Eenmaal zal ik je weer ontmoeten,
Eenmaal kom je bij mij terug.
Eenmaal zal ik je weer ontmoeten,
Lang kan het niet duren,
Want de tijd gaat zo vlug.
Maar zaterdagsmiddags is alles voorbij,
Dan zijn er weer centen,
dus moeder lacht blij.
Dan kan ze weer halen en alles betalen,
Het is even voorbij met de uittienerij.