Oh, wat een bende die in tuin.
Zelfs de neplaten zijn kapot.
Echt waar, ja?
Dan minder niet.
Ken jij niemand?
Jazeker wel.
Hier hebben!
Eh, eh...
Hé, Rogier hier, de Ovenier!
Ik hoef geen geld, alleen maar weer!
Wat er de werk voor een Ovenier!
Denk dan eens aan ons Rodier!
Hij gist zijn klanten veel verdier!
Hij komt voor een bakske bier!
En is je bosje flink begroeid,
dan het Rogier hem zo gesnoeid!
En ben je daar nog niet tevreden,
dan drink je een flesje mee!
Oh, wat een bende die Rogier!
Ja...
De woning is een vrouwke, daarop het gros.
Die had een flinke voortuin,
het ligt wel op een mos.
Ze zagen het niet meer zitten,
ze belden toen meteen.
Rogier kwam aangevlogen en ging er overheen.
De takken door de ramen, alles ging kapot.
Vrouwke kwam toen thuis en schrok de eigen rot.
Rogier die lag te slapen, mee zijn zatte kop.
Nergens te bekennen, het baksje was al op.
Wat er de werk voor een Ovenier!
Denk dan eens aan ons Rodier! Hij gist zijn klanten veel verdier!
Hij komt voor een bakske bier!
En is je bosje flink begroeid,
dan het Rogier hem zo gesnoeid! En ben je daar nog niet tevreden,
dan drink je een flesje mee!
Oh,
wat kan die werken!
Vrienden?
Les had die weene klantje, achterop het brouw.
Vroeger aan Rogier,
keer en helft niet komen wou.
Ze hadden wilde plannen,
maar hadden toch geen poen.
Rogier zei,
kom maar vrouwke,
dat gaan we anders doen!
Hakken,
snoeien,
zagen,
waar ging die vriend een keer?
Het vrouwke deed niet klagen,
ze wilde steeds maar meer.
Rogier zei, eerst betallen, anders ga je mee.
Dan betaalde gij honderd rondjes een café!
Wat er de werk voor een Ovenier!
Denk dan eens aan ons Rodier! Hij gist zijn klanten veel verdier!
Hij komt voor een bakske bier!
En is je bosje flink begroeid,
dan het Rogier hem zo gesnoeid! En ben je daar nog niet tevreden,
dan drink je een flesje mee!
En, wat denk je ervan?
Ben je er tevreden?
Ja,
als ik er nog eens iemand heb,
heel mijn koelkast is leeg.
En zelfs de oranje boom is weg.
Ik
krijg nog vijftig tientjes, grof!