Haar telefoon gaat, wie kan dat nog zijn?
Ze hoort zijn stem aan de andere kant van de lijn.
Ze denkt, wat zal het nu weer zijn?
Hij belt haar nooit, soms een enkele keer.
Altijd zo druk met zijn job in de weer.
En als hij het doet,
hoort ze altijd hetzelfde refrein.
Hij zegt, ik heb het koud en ik ben zo alleen.
Ik kan nergens heen,
ik wil naar je toe.
Ik ben zo eenzaam en zo moe.
Ik weet, ik bel je nooit en stuur je geen mail.
Maar ik heb het zo druk,
het is soms allemaal wat veel.
Maar ik kom eraan, schat.
En dan maak ik alles weer goed.
Maar zij zegt, kom maar niet naar huis.
Nog voor je hier bent, ben ik niet meer thuis.
Ik heb nu een ander, zo helemaal anders dan jij.
Hij zegt, mijn schat, nog even geduld.
Ik begrijp het wel,
het is allemaal mijn schuld.
We praten nog wel,
maar men verwacht mij vannacht in Berlijn.
Ik moet je nu laten,
men verwacht mij vannacht in Berlijn.
MUZIEK
Hij houdt zich sterk,
maar woorden haar worden wel.
Zij zei, kom maar niet naar huis.
Nog voor je hier bent, ben ik niet meer thuis.
Ik heb nu een ander, zo helemaal anders dan jij.
Hij zei, mijn schat, heb nog even geduld.
Ik weet het wel,
het is allemaal mijn schuld.
Ik spreek je nog,
maar men verwacht mij vannacht in Berlijn.
Met een beetje geluk ben ik straks nog op tijd in Berlijn.
Hij belt er nooit, klopt soms één enkele keer.
Altijd zo druk,
met zijn job in de weg.
En als hij het doet,
hoort ze altijd hetzelfde refrein.