Moederen! Ik wil met de revue!
Oh, ik had maar één illusie, ik wou bij de revue.
Mijn moeder maakte daarom altijd heibel.
Want die was zo hervormd, als ik haar schrijven snap, begon ze altijd met me met de pijpel.
Toen pakte ik mijn biezen en schreef haar in een brief, uw bijbel is er niet gevaald.
Ik ga u verlaten!
Om zo te gaan zien, waar Adram de mosterd leek.
Oh, ja la, la la, la la la la la, ja!
Moeder, ik wil bij de revue!
Oh, koelhaai op je kop, sta met zin af!
Oh, moeder, ik wil bij de revue!
Ik wil de mensen van het lachen, van de stoel laten vallen.
Hé jongens, wat ben ik te beneden, als ik die hoge trap afkom met twintig boten.
Mijden!
Oh, de kappie!
Ja, maar ik wil aan het bos met u.
Moeder, ik wil bij de revue!
Ja, ja la la la, la la la la la la la, ja!
Ah, ja la la la, la la la la la la, ja!
Ik vond dat al geen mosterd, maar wel een leuke meid.
Daar leefde ik gezellig mee, zonder het.
Ze was de revue van ze huis, en hij zong in het koor.
Het leven ook in m'n roeping had gevonden.
Maar op een zekere avond, bij de uitgang van Carré,
stond moeder met de staten bij me klaar.
Wanneer ze weer meteen klopte, het ziekenhuis is goed.
Toen zong ik toch nogal, want de brancard, ja la, la la la la la la, ja!
Moeder, ik wil bij de revue!
Oh, koelhaai op je kop, sta met zin af!
Oh, moeder, ik wil bij de revue!
Ik wil de mensen van het lachen...
... en hun stoelen laten vallen!
Hey jongens! Wat ben ik te benijden!
Als ik je zo Quiet van M'n 1.0 heb, niet meer uitgaan.
Altijd dacht ik, jaかな?
Haarapos met juw.
Moeder, ik wil bij de revue, ja.
Ja la la la la, la la la la la, ja.
La la la la la la,
He ho, ooe, i-eo, oe, uu, u, uu, u.
He oe, ooe, uu, uu, uu, u, uu, uu.
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK
MUZIEK