In de verte spreekt een stem die ik herken van onze ruzies
over kleine misverstanden,
over grote desillusies.
En ik hoor de kere klanken van jou in verhouden woede.
Maar wat kan ik meer dan janken als ik *** niet kon vermoeden.
Deze deelte maakt me gek
en *** gevoel is angstaanjagend.
Maar je woorden malen verder en mijn ogen kijken vragend.
Waarom zei je mij niet eerder dat je zo van mij vervleend was?
Waarom sprak je over liefde als je nooit van mij gehouden hebt?
Ik verlies het van de wanhoop
en ik voel mijn tranen branden.
En ik zou niets liever willen dan mijn hoofd weer in jouw handen.
Maar wat
door de uur geleden nog zo weinig heeft gelegen,
is er hele grote leugen en een kaartenhuis gebleken.
Het
is net of iemand anders in jouw lichaam
is gekropen en ik heb niet eens gemerkt
dat ie naar binnen is geslopen.
Om jouw liefde uit te wissen en mijn wereld te vernielen,
wil er niemand me vertellen dat ik alles heb gedroomd.