Sabrin van Jongsavaal,
tussen al die mensen staan.
Ik leef ervoor,
het is mijn leven.
Het is voor mij de mooiste tijd,
want muziek verzacht en bevrijdt.
Ja, dat brengt een mens weer tot leven.
Ik ben een jongen,
ja, een jongen van de straat.
Als ik wil feesten,
ach, ik doe toch niemand kwaad.
Ik kom voor leuten,
wat vriendschap en plezier.
De mooie meisjes,
een polenijzer en wat bier.
Ik ben een jongen,
van het volk en het publiek.
Het is mijn leven,
ja, dat is voor mij muziek.
En heb ik ooit een fout begaan,
dan zeg ik heel spontaan,
tja,
dat gebeurt in het leven.
We zaten uren in de kroeg
en zongen door tot
s'morgens vroeg.
Ik zei, hé jongens,
zal ik het laatste rondje geven?
Ik ben een jongen,
ja, een jongen van de straat.
Als ik wil feesten,
ach, ik doe toch niemand kwaad.
Ik kom voor leuten,
wat vriendschap en plezier.
De mooie meisjes,
een polenijzer en wat bier.
Ik ben een jongen,
van het volk en het publiek.
Het is mijn leven,
ja, dat is voor mij muziek.