Rust is hem nooit,
Ik slaap niet,
niet als ik meer dan bewust naar zelf heen ren.
Tussen de mensen op straat ben ik alleen.
En ik praat en ik weet wat ik meen
en wat ik verzin.
Het is echt en ik droom tegelijk.
Kom in mijn nacht,
kom bij me liggen en waak met me mee.
Geef me de geest,
geef me de geest.
Geef me de geest,
geef me de geest.
Ik laat bewacht,
dus ik fantaseer
een wereld zoals die ook werkelijk is.
Er is altijd een waarheid,
maar hoe je haar ziet dat hangt af van
je moed en je plik van wat je doet.
En wat doe ik?
Ik ben dagdromen van Maroen.
Dus ik vraag je en ik smeer je.
Kom bij me liggen en waak met me mee.
Geef me de geest,
geef me de geest.
Hoe minder ik slaap,
hoe dieper ik droom.
De dagen gaan tragen
totdat ze stilstaan.
En loon denk ik dat ik weet wat het is.
Je brengt me steeds weer van mijn stuk.
Ik zie scherper en scherper,
dan zie ik niets meer.
Heel even maar,
ik noem het geluk.
Het grote geluk van de geest.
En wat doe ik?
Ik ben dagdromen van Maroen.
Ik vraag en ik smeer je.
Kom bij me liggen en waak met me mee.
Breng me de tijd in fles.
Ik geef je mijn bloed en mijn hoofd op een blad.
Dans voor me naakt.
Kom bij me liggen en waak met me mee.
Geb me de geest.
Geef me de geest.
Geef me de geest.
Geef me de geest.
Zang,
toon, ***, giel, ***.
Dank u wel.
02:47