Hij
is geel,
hij is gek,
heeft een snapel als een bek.
Met bad eendje.
Hij is lief,
hij is zacht,
en hij liep wanneer hij lacht.
Met bad eendje.
Hij is klein,
hij is fijn,
en hij lijkt echt niet tot mijn.
Met gekke bad eendje.
Ja,
hij is een lekker dier,
en we maken veel plezier.
En hij houdt van schuimen bier.
Ik ben nooit in mijn eendje.
Want ik heb mijn bad eendje.
Ja, hij is echt mijn eendje.
Mijn bad, bad, bad eendje.
Ik ben nooit in mijn eendje.
Want ik heb mijn bad eendje.
Ja, hij is echt mijn eendje.
Mijn bad eendje.
Elke dag, ieder uur, wil hij steeds op avontuur.
Met bad eendje.
Hij gaat steeds met me mee,
heel gezellig met zijn twee.
Met bad eendje.
In de stad wordt hij zat,
hij heeft nooit genoeg gehad.
Met gekke bad eendje.
Ja,
hij is een lekker dier,
en we maken veel plezier.
En hij houdt van schuimen bier.
Ik ben nooit in mijn eendje.
Want ik heb mijn bad eendje.
Ja, hij is echt mijn eendje.
Mijn bad, bad, bad eendje.
Ik ben nooit in mijn eendje.
Want ik heb mijn bad eendje.
Ja, hij is echt mijn eendje.
Mijn bad eendje.
Ik ben een bad eendje.
En ben nooit in mijn eendje.
Als ik Steven toch niet had,
lag ik nu nog steeds in bad.
Ik ben nooit in mijn eendje.
Want ik heb mijn bad eendje.
Ja, hij is echt mijn eendje.
Mijn bad, bad, bad eendje.
Ik ben nooit in mijn eendje.
Want ik heb mijn bad eendje.
Ja, hij is echt mijn eendje.
Mijn bad eendje.
Ja, hij is echt mijn eendje.
Mijn bad eendje.